Problemen oplossen

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.

Toner herverdelen

Als de tonercassette bijna leeg is:

  • Verschijnen er witte strepen of lichtere vlekken op de afdruk.

  • Bereid nieuwe cass. voor verschijnt op het scherm.

  • Knippert de Status-LED rood.

In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de resterende toner in de tonercassette te herverdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, zelfs nadat de toner is herverdeeld.

  1. Open de voorklep.

  2. Verwijder de tonercassette.

  3. Rol de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.

    [Note]

    Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Als u warm water gebruikt, hecht de toner zich aan de stof.

    [Caution]

    Raak de groene onderkant van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep zodat u de onderzijde niet hoeft aan te raken.

  4. Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette voorzichtig in de opening van het apparaat.

    De nokken aan de zijkanten van de cassette en de corresponderende groeven in het apparaat leiden de cassette in de juiste positie tot ze vastklikt.

  5. Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is.

Vastgelopen originelen verwijderen

Als een origineel vastloopt in de ADI, verschijnt er een waarschuwingsbericht op het display.

[Caution]

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.

[Note]

Gebruik de glasplaat van de scanner voor originelen van dik, dun of gemengd papier om papierstoringen te voorkomen.

  1. Verwijder alle resterende pagina’s uit de ADI.

  2. Open de klep van de ADI.

  3. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig uit de ADI.

    [Note]

    Ga naar stap 5 als u geen papier ziet in dit gebied.

  4. Sluit de klep van de ADI. Als u pagina’s hebt verwijderd, plaatst u ze terug in de ADI.

  5. Open het deksel van de scanner.

  6. Grijp het verkeerd ingevoerde papier vast en verwijder het uit het invoergebied door het voorzichtig met beide handen naar rechts te trekken.

    1. Scannerdeksel

  7. Sluit het deksel van de scanner. Plaats de verwijderde pagina’s opnieuw in de ADI.

Tips om papierkrulling te vermijden

  1. Open de achterklep.

  2. Duw de hendel aan weerskanten naar beneden.

    1. Hendel

  3. [Note]

    Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend.

    Doe dit enkel als de afdruk meer dan 20 mm omgekruld is.

Tips om papierstoringen te voorkomen

U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Raadpleeg de volgende richtlijnen als er een papierstoring optreedt.

  • Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie Papier in de lade plaatsen).

  • Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt.

  • Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.

  • Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voor u het in de lade plaatst.

  • Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.

  • Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.

  • Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie Papierformaat en -type instellen).

  • Zorg ervoor dat het papier in de lade ligt met de te bedrukken zijde naar onder of in de lade voor handmatige invoer met de te bedrukken zijde naar boven.

Papierstoringen verhelpen

Als er papier is vastgelopen, verschijnt er een waarschuwingsbericht op het display.

Om door te gaan met afdrukken na het verwijderen van vastgelopen papier, moet u de voorklep openen en vervolgens weer sluiten.

[Caution]

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt. Volg de aanwijzingen in de volgende hoofdstukken om de papierstoring te verhelpen.

In lade 1

  1. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het vastgelopen papier wordt automatisch uitgevoerd.

    Als het papier niet uit het apparaat komt, gaat u door met de volgende stap.

  2. Trek lade 1 uit.

  3. Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn naar buiten te trekken.

    Als het papier niet beweegt als u eraan trekt, of als er geen papier te zien is in dit deel van de printer, controleert u de fixeereenheid rond de tonercassette (zie Binnenin het apparaat).

  4. Schuif lade 1 terug in het apparaat tot ze vastklikt. De printer gaat automatisch door met afdrukken.

In de lade voor handmatige invoer

  1. Als het papier niet op de juiste wijze wordt ingevoerd, trekt u het uit het apparaat.

  2. Open en sluit de klep aan de voorzijde om verder te gaan met afdrukken.

Binnenin het apparaat

[Note]

Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.

  1. Open de klep aan de voorzijde en trek de tonercassette naar buiten door ze voorzichtig naar beneden te drukken.

  2. Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn naar buiten te trekken.

  3. Plaats de tonercassette terug en sluit de klep aan de voorzijde. De printer gaat automatisch door met afdrukken.

In het uitvoergebied

  1. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het vastgelopen papier wordt automatisch uitgevoerd.

    Wanneer u geen vastgelopen papier ziet, gaat u naar de volgende stap.

  2. Trek het papier voorzichtig uit de uitvoerlade.

    Stop als u het vastgelopen papier niet kunt zien of als u weerstand ondervindt wanneer u eraan trekt, en ga door met de volgende stap.

  3. Open de achterklep.

  4. Duw de hendels naar beneden en verwijder het papier.

    1. Hendel

    Wanneer u geen vastgelopen papier ziet, gaat u naar de volgende stap.

  5. Duw de hendels van de fixeereenheid naar beneden en verwijder het papier.

    Zet de hendels terug in de oorspronkelijke stand.

    [Note]

    Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.

  6. Zet de hendels terug in de oorspronkelijke positie.

  7. Sluit de achterklep.

  8. Open en sluit de voorklep. De printer gaat automatisch door met afdrukken.

Informatie over berichten op het display

Er verschijnen berichten op het display van het bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis van de berichten en verhelp indien nodig het probleem.

Berichten op het display controleren

[Note]
  • Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak opnieuw uit te voeren. Neem contact op met de serviceafdeling als het probleem zich blijft voordoen.

  • Als u contact opneemt met de klantenservice is het nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft.

  • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige meldingen mogelijk niet op het weergavescherm verschijnen.

  • [foutnummer] geeft de foutcode aan.

  • [ladetype] geeft het ladenummer aan.

  • [mediatype] geeft het type afdrukmedia aan.

  • [mediaformaat] geeft het formaat van de afdrukmedia aan.

  • [kleur] geeft de kleur van de toner of de beeldeenheid aan.

Bericht

Betekenis

Voorgestelde oplossingen

[COMM. -fout]

Het apparaat heeft een communicatieprobleem.

Vraag de afzender om de fax opnieuw te verzenden.

[Incompatibel]

Het apparaat heeft een fax ontvangen van een nummer dat is geregistreerd als een ongewenst faxnummer.

De ontvangen faxgegevens worden verwijderd. Controleer de instellingen voor ongewenste faxnummers. Zie pagina 50.

[Lijn bezet]

Het ontvangende faxapparaat antwoordt niet of de lijn is al in gebruik.

Wacht enkele minuten en probeer het opnieuw.

[Lijnfout]

Uw apparaat kan geen verbinding tot stand brengen met het ontvangende faxapparaat of de verbinding is verbroken als gevolg van een probleem met de telefoonlijn.

Probeer het opnieuw. Als het probleem zich blijft voordoen, wacht u een uurtje en probeert u het opnieuw. U kunt ook de foutcorrectiemodus (ECM) inschakelen. Zie pagina 50.

[Op Stop gedr.]

Stop/Clear is ingedrukt terwijl het apparaat in werking was.

Probeer het opnieuw.

BOOTP-probl. Aut. IP uitv.

Toewijzing van IP-adres is mislukt. Dit gebeurt wanneer Auto IP is ingesteld voor BOOTP in SyncThru™ Web Service.

Wijzig de methode voor het toewijzen van IP-adressen naar DHCP of Statisch. Als u de instelling niet wijzigt, zal de BOOTP-server voortdurend vragen om het toewijzen van het IP-adres.

BOOTP-probl. Herconf. DHCP

Toewijzing van IP-adres is mislukt. Dit gebeurt wanneer Auto IP niet is ingesteld voor BOOTP in SyncThru™ Web Service.

Wijzig de methode voor het toewijzen van IP-adressen naar DHCP of Statisch. Als u de instelling niet wijzigt, zal de BOOTP-server voortdurend vragen om het toewijzen van het IP-adres.

DHCP-probl.: Aut. IP uitv.

Toewijzing van IP-adres is mislukt. Dit gebeurt wanneer Auto IP is ingesteld voor DHCP in SyncThru™ Web Service.

Wijzig de methode voor het toewijzen van IP-adressen naar BOOTP of Statisch. Als u de instelling niet wijzigt, zal de DHCP-server voortdurend vragen om het toewijzen van het IP-adres.

DHCP-probl. Herconf. BOOTP

Toewijzing van IP-adres is mislukt. Dit gebeurt wanneer Auto IP niet is ingesteld voor DHCP in SyncThru™ Web Service.

Wijzig de methode voor het toewijzen van IP-adressen naar BOOTP of Statisch. Als u de instelling niet wijzigt, zal de DHCP-server voortdurend vragen om het toewijzen van het IP-adres.

Verw. vastgel.

doc.

Het origineel heeft een papierstoring veroorzaakt in de ADI.

Verwijder het vastgelopen papier (zie Vastgelopen originelen verwijderen).

Klep open.

Sluit klep.

De voorklep is niet goed vergrendeld.

Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken.

Einde gebr.duur Pl. nieuwe cass.

De aangegeven tonercassettes is aan het eind van haar geschatte gebruiksduur. De printer stopt met afdrukken.

[Note]

De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er met de cassette gemiddeld kunnen worden gemaakt conform ISO/IEC 19752 (zie Verkrijgbare verbruiksartikelen).

Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de omgevingsvoorwaarden, de tijd tussen afdruktaken en het type en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan een kleine hoeveelheid toner achterblijven in de cassette, zelfs wanneer het bericht Einde gebr.duuur Pl. nieuwe cass. verschijnt en de printer stopt met afdrukken.

Vervang de tonercassette (zie De tonercassette vervangen).

Fout [foutnummer]

Zet uit en aan

Er is een systeemfout opgetreden.

Start het apparaat opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken. Neem contact op met de serviceafdeling als het probleem zich blijft voordoen.

Toner plaatsen

De tonercassette is niet of niet juist geplaatst.

Installeer de tonercassette opnieuw. Herhaal dit twee of drie keer om te controleren of hij goed op zijn plaats komt. Als het probleem zich blijft voordoen betekent dit dat de tonercassette niet wordt gedetecteerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Plaats [formaat van afdrukmateriaal] in

[nummer van lade]

Er is geen papier in de lade.

Plaats het juiste papier in de juiste lade (zie Papier in de lade plaatsen).

Geh. vol

Verw. taak

Het geheugen is vol.

Druk op de pijl-links/rechts om Annuleren of Start te selecteren en druk vervolgens op OK. Als u Annuleren selecteert, stopt het apparaat met de verwerking van de faxtaak. Als u Start selecteert, verzendt het apparaat alleen de ingescande documenten van de faxtaak.

Netw.probl.:

IP-conflict

Het IP-adres wordt elders gebruikt.

Controleer het IP-adres of stel een nieuw IP-adres in.

Geen antwoord

Het andere faxapparaat neemt zelfs na verschillende pogingen niet op.

Probeer het opnieuw. Ga na of het andere faxapparaat aan staat.

Niet compatibel

comp.

De tonercassette is niet geschikt voor dit apparaat.

Vervang de desbetreffende tonercassette door een originele Samsung-cassette (zie De tonercassette vervangen).

Uitvoervak vol

Verw. pap.

De uitvoerlade is vol. Of de sensor is niet omlaag gericht.

Zodra het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat de printer door met afdrukken. Of zorg ervoor dat de sensor omlaag gericht is. Neem contact op met de serviceafdeling als het probleem zich blijft voordoen.

[ladenummer]

leeg

De aangegeven papierlade is leeg.

Plaats papier in de lade (zie Papier in de lade plaatsen).

Lade

[ladenummer] geopend

De aangegeven ladecassette is niet geplaatst, of niet goed gesloten.

Om de lade te sluiten drukt u de achterkant naar beneden, lijnt u die uit met de sleuf en schuift u hem in de printer.

Pap.st.

in MF-lade

Er is papier vastgelopen bij de lade voor handmatige invoer.

Verwijder het vastgelopen papier (zie In de lade voor handmatige invoer).

Pap.st.

in lade 1

Er is papier vastgelopen in lade 1.

Verwijder het vastgelopen papier (zie In lade 1).

Pap.st.

in app.

Er is papier vastgelopen in het apparaat.

Verwijder het vastgelopen papier (zie Binnenin het apparaat).

Pap.st.

in uitv.gebied

Er is speciaal afdrukmateriaal vastgelopen in het papieruitvoergebied.

Verwijder het vastgelopen papier.

Bereid nieuwe cass. voor

De aangegeven tonercassette is bijna leeg. De geschatte gebruiksduur van de cassette is bijna bereikt.

Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie Toner herverdelen).

Verw. afsluitt. en plaats TC

Het apparaat vindt geen tonercassette.

Verwijder de afdichtingstape van de tonercassette.

Raadpleeg de Beknopte installatiehandleiding.

Vervang toner

De tonercassette is bijna aan het eind van de geschatte gebruiksduur.

U kunt kiezen tussen Stop of Doorgaan zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als u Stop selecteert, stopt de printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u de cassette niet hebt vervangen. Als u Doorgaan kiest, gaat de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd.

Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten, dient u de tonercassette te vervangen wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette langer blijft gebruiken, kunnen er problemen ontstaan met de afdrukkwaliteit (zie De tonercassette vervangen).

[Warning]

Samsung raadt het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes zoals bijvulde of gereviseerde cassettes af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Ondersteuning of reparaties als gevolg van het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes worden niet gedekt door de apparaatgarantie.

Plaats nieuwe

fixeereenheid

De fixeereenheid is versleten.

Plaats een nieuwe fixeereenheid. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Zelfdiagnose

Even geduld

De printermotor controleert een aantal problemen die werden ontdekt.

Een ogenblik geduld.

Te veel faxen

Verw. taak

Er zijn te veel faxen ontvangen.

Verwijder ontvangen fax.

Andere problemen oplossen

In het onderstaande overzicht vindt u een aantal mogelijke problemen met de bijbehorende oplossingen. Voer de stappen uit in de aangegeven volgorde tot het probleem is verholpen. Neem contact op met de serviceafdeling als het probleem zich blijft voordoen.

Systeemproblemen

Probleem

Voorgestelde oplossingen

Het rode lampje brandt.

Zet het apparaat uit/aan. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen (zie Contact SAMSUNG worldwide).

[Note]

Er is een fout opgetreden in het apparaat die een herstelling vereist, bijvoorbeeld een fout in de laserscaneenheid of de fixeereenheid.

Stroomproblemen

Probleem

Voorgestelde oplossingen

Het apparaat krijgt geen stroom,

of de verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten.

  • Steek het netsnoer in en druk op (Aan/Uit-knop) op het bedieningspaneel.

  • Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan.

    • Lokaal afdrukken

    • Afdrukken in een netwerk (alleen voor netwerkmodel)

Problemen met papierinvoer

Probleem

Voorgestelde oplossingen

Papier loopt vast tijdens het afdrukken.

Verwijder het vastgelopen papier (zie Papierstoringen verhelpen).

Papier kleeft aan elkaar.

Invoerprobleem met een aantal vellen tegelijk.

Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van dezelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht.

Afdrukpapier wordt niet ingevoerd.

  • Verwijder eventueel vastgelopen papier in het apparaat.

  • Het papier werd niet goed in de lade geplaatst. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade.

  • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.

  • Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat aan de specificaties van het apparaat voldoet (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Als een origineel niet wordt ingevoerd in het apparaat, moet de rubbermat van de ADI mogelijk worden vervangen. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Het papier blijft vastlopen.

  • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de lade voor handmatige invoer als u op speciaal materiaal afdrukt.

  • U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat aan de specificaties van het apparaat voldoet (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Er zitten mogelijk materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder eventuele resten.

  • Als een origineel niet wordt ingevoerd in het apparaat, moet de rubbermat van de ADI mogelijk worden vervangen. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Transparanten kleven aan elkaar in de papieruitvoerlade.

Gebruik alleen transparanten die speciaal voor laserprinters zijn bedoeld. Verwijder elk transparant zodra het is uitgevoerd.

Enveloppen trekken scheef of worden niet goed ingevoerd.

Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de envelop net raken).

Afdrukproblemen

Probleem

Mogelijke oorzaak

Voorgestelde oplossingen

Het apparaat drukt niet af.

Het apparaat krijgt geen stroom.

Controleer of het netsnoer is aangesloten.

Het apparaat is niet als standaardprinter geselecteerd.

Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.

Controleer het volgende:

  • De voorklep is niet gesloten. Sluit de voorklep.

  • Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier (zie Papierstoringen verhelpen).

  • De papierlade is leeg. Plaats papier (zie Papier in de lade plaatsen).

  • Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette.

Neem contact op met de serviceafdeling als er een systeemfout optreedt.

De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten.

Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan.

De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is mogelijk defect.

Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een andere kabel voor uw apparaat te gebruiken.

De poortinstelling is verkeerd.

Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort is aangesloten.

Het apparaat is mogelijk niet goed geconfigureerd.

Controleer de Voorkeursinstellingen om na te gaan of alle afdrukinstellingen correct zijn (zie Voorkeursinstellingen openen).

Het printerstuurprogramma is mogelijk niet goed geïnstalleerd.

Herstel de software van het apparaat (zie Het stuurprogramma installeren voor een USB-apparaat, Het stuurprogramma voor het verbinden met een bedraad netwerk installeren).

Het apparaat werkt niet goed.

Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Het apparaat drukt niet af.

Het document is zo groot dat er onvoldoende ruimte is op de harde schijf van de computer om toegang te krijgen tot de afdruktaak.

Maak extra ruimte vrij op de harde schijf en druk het document opnieuw af.

De uitvoerlade is vol.

Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat door met afdrukken.

Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoerbron.

De papieroptie die in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken... is geselecteerd is mogelijk onjuist.

In veel softwaretoepassingen kan de lade worden geselecteerd op het tabblad Papier in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken.... Selecteer de juiste papierbron. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma (zie Voorkeursinstellingen openen).

Een afdruktaak wordt uiterst langzaam afgedrukt.

De afdruktaak is mogelijk zeer complex.

Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de afdrukkwaliteit.

De helft van de pagina is leeg.

De afdrukstand werd mogelijk verkeerd ingesteld.

Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.

Het ingestelde papierformaat stemt niet overeen met het formaat van het papier in de lade.

Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier in de papierlade. Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier dat is geselecteerd in het programma dat u gebruikt.

Het apparaat drukt wel af, maar de tekst is niet correct, vervormd of niet compleet.

De kabel van het apparaat zit los of is defect.

Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel.

Het verkeerde printerstuurprogramma is geselecteerd.

Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer hebt geselecteerd.

De softwaretoepassing werkt niet naar behoren.

Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing.

Het besturingssysteem werkt niet naar behoren.

Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het apparaat uit en weer in.

Er worden blanco pagina’s afgedrukt.

De tonercassette is leeg of beschadigd.

Herverdeel de toner indien nodig. Vervang indien nodig de tonercassette.

Het bestand bevat mogelijk blanco pagina’s.

Controleer of het bestand blanco pagina’s bevat.

Er is mogelijk een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord).

Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken.

Incompatibiliteit tussen het PDF-bestand en de Acrobat-producten.

Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Print As Image uit de afdrukopties van Acrobat in.

[Note]

Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag.

De foto’s worden niet goed afgedrukt. De afbeeldingen zijn niet duidelijk.

De resolutie van de foto is erg laag.

Maak de foto kleiner. Als u de foto in de softwaretoepassing vergroot, vermindert de resolutie.

Er komt voor het afdrukken stoom uit het apparaat ter hoogte van de uitvoerlade.

Het gebruik van geperforeerd papier kan aanleiding geven tot de verspreiding van dampen tijdens het afdrukken.

Dit is geen probleem. Ga gewoon door met afdrukken.

Het apparaat drukt geen speciaal papier zoals rekeningpapier af.

Het papierformaat en de papierformaatinstelling komen niet overeen.

Stel het juiste papierformaat in onder Instellingen aangepast papierformaat op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

Problemen met de afdrukkwaliteit

Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.

Probleem

Voorgestelde oplossingen

Lichte of vage afdrukken

  • Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Door de resterende toner over de cassette te verdelen, kunt u er waarschijnlijk nog een aantal afdrukken mee maken (zie Toner herverdelen). Als de afdrukkwaliteit hierdoor niet verbetert, moet u een nieuwe tonercassette plaatsen.

  • Het papier voldoet mogelijk niet aan de papierspecificaties. Het kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of staat het apparaat in de tonerspaarstand. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de tonerspaarstand uit. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.

  • Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd (zie De binnenkant reinigen).

  • Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn (zie De binnenkant reinigen).

Tonervlekken

  • Het papier voldoet mogelijk niet aan de specificaties. Het kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • De transportrol is mogelijk vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

  • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Onregelmatigheden

Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:

  • Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.

  • Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • De hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier.

  • Stel de resolutie van de printer anders in en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik papier (zie Voorkeursinstellingen openen).

  • Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice.

Witte vlekken

Er verschijnen witte vlekken op de pagina:

  • Het papier is te ruw en er valt veel vuil vanaf het papier op de interne onderdelen van het apparaat waardoor de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie De binnenkant reinigen).

  • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe (zie De binnenkant reinigen).

Verticale strepen

Als de pagina zwarte verticale strepen vertoont:

  • Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de tonercassette. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie De tonercassette vervangen).

Als de pagina witte verticale strepen vertoont:

Zwarte achtergrond

Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):

  • Gebruik papier met een lager gewicht (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.

  • Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe (zie De tonercassette vervangen).

Tonervlekken

Als er tonervlakken op de pagina verschijnen:

Verticaal terugkerende afwijkingen

Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:

  • De tonercassette is wellicht beschadigd. Als hetzelfde probleem zich blijft voordoen, plaatst u een nieuwe tonercassette (zie De tonercassette vervangen).

  • Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden, zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen.

  • De fixeereenheid kan beschadigd zijn. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Schaduwvlekken

Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen.

  • Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.

  • Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat er wordt afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen veroorzaken.

  • Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina bedekt is met schaduwvlekken, kiest u een andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in Voorkeursinstellingen voor afdrukken... (zie Voorkeursinstellingen openen).

Misvormde tekst

Papier schuin

  • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.

  • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier.

Gekruld of gegolfd

  • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.

  • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens het papier 180° te draaien in de lade.

Vouwen of kreuken

  • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.

  • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

  • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens het papier 180° te draaien in de lade.

Achterkant van afdrukken is vuil

Een tonercassette lekt mogelijk. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie De binnenkant reinigen).

Eén vaste kleur of zwarte pagina’s

  • De tonercassette werd mogelijk niet goed geplaatst. Verwijder de cassette en plaats ze opnieuw.

  • De tonercassette is mogelijk defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie De tonercassette vervangen).

  • Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Losse toner

Openingen in tekens

Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn:

  • Als dit probleem optreedt bij transparanten probeert u een ander soort transparant. Vanwege de samenstelling van transparanten zijn enkele onvolledige tekens normaal.

  • Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om.

  • Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

Horizontale strepen

Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:

  • De tonercassette werd mogelijk verkeerd geplaatst. Verwijder de cassette en plaats ze opnieuw.

  • De tonercassette is mogelijk defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie De tonercassette vervangen).

  • Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Krullen

Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende:

  • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens het papier 180° te draaien in de lade.

  • Stel de resolutie van de printer anders in en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dun papier (zie Voorkeursinstellingen openen).

Er verschijnt voortdurend een onbekende afbeelding op enkele vellen, er zit losse toner op de afdruk, of de afdruk is te licht of vuil.

Mogelijk gebruikt u uw apparaat op een hoogte van meer dan 1 000 meter. Bij dergelijke hoogte kan de afdrukkwaliteit afnemen (bijv. losse toner of een lichte afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte (zie Luchtdrukaanpassing).

Problemen met kopiëren

Probleem

Doe het volgende

Kopieën zijn te licht of te donker.

Maak de achtergrond van kopieën lichter of donkerder met behulp van Tonersterkte in Kopieerfunctie (zie De tonersterkte wijzigen).

Uitgesmeerde stukken, lijnen, vlekken of stippen verschijnen op kopieën.

  • Gebruik Tonersterkte in Kopieerfunctie om de achtergrond van uw kopieën lichter te maken als de onregelmatigheden zich op het origineel bevinden (zie De tonersterkte wijzigen).

  • Als het origineel geen onregelmatigheden vertoont, moet u de scannereenheid reinigen (zie Scannereenheid reinigen).

Kopie staat scheef.

  • Controleer of het origineel op de glasplaat ligt met de bedrukte zijde naar onder of in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven.

  • Controleer of het kopieerpapier op de juiste manier in het apparaat werd geplaatst.

Afgedrukte kopieën zijn blanco.

Controleer of het origineel op de glasplaat ligt met de bedrukte zijde naar onder of in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven.

Afdruk geeft gemakkelijk af.

  • Vervang het papier in de lade door papier uit een nieuw pak.

  • In vochtige omstandigheden mag u papier niet te lang ongebruikt in het apparaat laten zitten.

Kopieerpapier loopt regelmatig vast.

  • Waaier de stapel papier uit en leg ze ondersteboven terug in de lade. Vervang het papier in de lade door papier uit een nieuwe partij. Controleer de papiergeleiders en stel ze indien nodig beter af.

  • Gebruik alleen afdrukpapier met het juiste gewicht.

  • Nadat u vastgelopen papier hebt verwijderd, controleert u of er resten van kopieerpapier in het apparaat zijn achtergebleven.

De tonercassette gaat minder lang mee dan verwacht.

  • Uw originelen bevatten mogelijk afbeeldingen, opgevulde vlakken of dikke lijnen. Uw originelen zijn bijvoorbeeld formulieren, nieuwsbrieven, boeken of andere documenten die meer toner verbruiken.

  • Het deksel van de scanner werd mogelijk opengelaten tijdens het kopiëren.

  • Schakel het apparaat uit en weer in.

Problemen met scannen

Probleem

Voorgestelde oplossingen

De scanner doet het niet.

  • Zorg ervoor dat u het te scannen origineel op de glasplaat plaatst met de bedrukte zijde naar onder en in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven.

  • Er is mogelijk niet voldoende geheugen vrij voor het document dat u wilt scannen. Ga na of de functie Prescan werkt. Probeer een lagere scanresolutie.

  • Controleer of de kabel van uw apparaat op de juiste wijze is aangesloten.

  • Controleer of de USB-kabel beschadigd is. Vervang de kabel door een kabel waarvan u zeker weet dat hij werkt. Vervang indien nodig de kabel.

  • Controleer of de scanner correct is geconfigureerd. Controleer de scaninstellingen in SmarThru of in de toepassing die u wilt gebruiken om er zeker van te zijn dat de scantaak naar de juiste poort wordt verzonden (bijvoorbeeld USB001).

Het apparaat doet erg lang over een scan.

  • Kijk of het apparaat tegelijkertijd ontvangen gegevens afdrukt. Wacht in dat geval met scannen tot de afdruktaak is voltooid.

  • Het scannen van afbeeldingen kost meer tijd dan het scannen van tekst.

  • De communicatiesnelheid kan laag zijn in de scanmodus omdat er veel geheugen nodig is om de ingescande afbeelding te analyseren en te reproduceren. Stel de printerpoort van uw computer in op ECP-modus (in de BIOS-instellingen van de computer). De communicatiesnelheid gaat dan omhoog. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw computer voor meer informatie over de BIOS-instellingen.

Er verschijnt een bericht op het beeldscherm:

  • Apparaat kan niet in de gewenste H/W-modus staan.

  • Poort wordt gebruikt door een ander programma.

  • Poort is gedeactiveerd.

  • Scanner is bezig met ontvangen of afdrukken van gegevens. Probeer het opnieuw zodra de huidige taak is voltooid.

  • Ongeldige ingang.

  • Scannen is mislukt.

  • Er wordt mogelijk een kopieer- of afdruktaak uitgevoerd. Probeer uw taak opnieuw uit te voeren nadat de voorgaande taak is voltooid.

  • De geselecteerde poort is momenteel in gebruik. Start uw computer opnieuw op en probeer het opnieuw.

  • De kabel van uw apparaat is wellicht niet goed aangesloten of het apparaat is niet ingeschakeld.

  • Het scannerstuurprogramma is niet geïnstalleerd of het besturingssysteem is niet correct ingesteld.

  • Controleer of het apparaat op de juiste wijze is aangesloten en is ingeschakeld. Start de computer vervolgens opnieuw op.

  • De USB-kabel is wellicht niet goed aangesloten of het apparaat is niet ingeschakeld.

Problemen met faxen

Probleem

voorgestelde oplossingen

Het apparaat werkt niet, het display blijft leeg of de toetsen reageren niet.

  • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en steek hem er weer in.

  • Controleer of er stroom staat op het stopcontact.

Geen kiestoon.

  • Controleer of het telefoonsnoer op de juiste wijze is aangesloten.

  • Controleer of de wandcontactdoos in orde is door er een ander telefoontoestel op aan te sluiten.

De in het geheugen opgeslagen nummers worden verkeerd gekozen.

Controleer of de nummers correct in het geheugen zijn opgeslagen. Druk een Adresboek af (zie Adresboek aanmaken).

Het origineel wordt niet in het apparaat ingevoerd.

  • Controleer of het papier niet gekreukt is en zorg dat u het op de juiste wijze invoert. Ga na of het origineel het juiste formaat heeft en niet te dik of te dun is.

  • Controleer of de ADI goed is gesloten.

  • De rubbermat van de automatische documentinvoer is mogelijk aan vervanging toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.

Faxberichten worden niet automatisch ontvangen.

  • De ontvangstmodus moet ingesteld zijn op fax.

  • Controleer of de lade papier bevat.

  • Controleer of er een foutmelding wordt weergegeven op het display. Los in dat geval het gemelde probleem op.

Het apparaat verzendt geen faxberichten.

  • Zorg dat het origineel zich in de ADI of op de glasplaat van de scanner bevindt.

  • Controleer of het andere faxapparaat uw faxbericht kan ontvangen.

Een ontvangen faxbericht is gedeeltelijk blanco of is van slechte kwaliteit.

  • Er is mogelijk een probleem met het faxapparaat van de verzender.

  • Een slechte telefoonlijn kan verbindingsproblemen veroorzaken.

  • Controleer het apparaat door een kopie te maken.

  • Een van de tonercassettes is aan het eind van haar geschatte gebruiksduur. Vervang de tonercassette (zie De tonercassette vervangen).

Sommige woorden van een ontvangen faxbericht zijn uitgerekt.

Het documenttransport van het apparaat waarvan het faxbericht afkomstig is, heeft even gehaperd.

Er staan strepen op de originelen die u hebt verzonden.

Controleer of de scannereenheid vuil is en reinig deze indien nodig (zie Scannereenheid reinigen).

Het nummer wordt gekozen maar er kan geen verbinding tot stand worden gebracht met de andere fax.

Misschien is het andere faxapparaat uitgeschakeld, is het papier op of kunnen er geen oproepen worden beantwoord. Vraag de gebruiker van het andere apparaat om het probleem op te lossen.

Faxen worden niet in het geheugen opgeslagen.

Er is mogelijk niet voldoende geheugen om de fax op te slaan. Als het scherm met de status van het geheugen verschijnt, verwijdert u faxberichten die u niet meer nodig hebt uit het geheugen en probeert u vervolgens de fax opnieuw op te slaan. Neem contact op met de klantenservice.

Er verschijnen blanco stukken onderaan op de pagina, met een kleine strook tekst bovenaan.

U hebt mogelijk de verkeerde papierinstellingen gekozen in de door de gebruiker in te stellen opties. Zie Papierformaat en -type instellen voor informatie over papierinstellingen.

Problemen met Samsung Scan- en faxbeheer

Probleem

doe het volgende

Samsung Scan- en faxbeheer werkt niet.

Controleer uw systeemvereisten. Samsung Scan- en faxbeheer werkt in Windows en Macintosh (zie Systeemvereisten).

Veelvoorkomende problemen onder Windows

Probleem

Voorgestelde oplossingen

“Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik".

Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de printerprogrammagroep en start Windows opnieuw op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.

“Het bericht "Algemene beveiligingsfout", "OE-uitzondering", "Spool32", of "Ongeldige bewerking" verschijnt.

Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.

Het bericht "Kan niet afdrukken" of "Er is een time-outfout in de printer opgetreden" verschijnt.

Deze berichten kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht tot het apparaat klaar is met afdrukken. Als het bericht verschijnt in stand-bymodus of nadat de afdruk is voltooid, controleert u de aansluiting en/of gaat u na of er een fout is opgetreden.

[Note]

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.

Veelvoorkomende problemen onder Linux

probleem

Voorgestelde oplossingen

Het apparaat drukt niet af.

  • Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer het tabblad Printers in het venster Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven. Controleer of het apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw apparaat in te stellen.

  • Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het paneel Selected printer. Klik op de knop Start als de status de tekenreeks Stopped bevat. Hierna zou het apparaat weer normaal moeten werken. De status "stopped" kan geactiveerd zijn wanneer er zich problemen met het afdrukken hebben voorgedaan. U kunt bijvoorbeeld de opdracht geven om een document af te drukken terwijl de poort gebruikt wordt door een scantoepassing.

  • Controleer of de MFP-poort bezet is. Aangezien de functionele onderdelen van het apparaat (printer en scanner) dezelfde I/O-interface (poort) delen, is het mogelijk dat verschillende toepassingen gelijktijdig toegang proberen te krijgen tot dezelfde poort. Om conflicten te voorkomen kan slechts één toepassing een taak uitvoeren op het apparaat. De andere toepassing waarmee een gebruiker wil afdrukken of scannen krijgt dan de melding "device busy" (apparaat bezet). Open Ports configuration en selecteer de poort die is toegewezen aan uw printer. In het deelvenster Selected port kunt u bekijken of de poort door een andere toepassing wordt gebruikt. Als dit het geval is, wacht u tot de uit te voeren taak is voltooid of klikt u op de knop Release port als u zeker weet dat de huidige toepassing niet naar behoren werkt.

  • Controleer of er een speciale afdrukoptie is ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter "-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel, verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Voor Gimp front-end kiest u "print" -> "Setup printer" en bewerkt u de opdrachtregelparameter in de menuoptie.

  • De CUPS-versie (Common Unix Printing System) die wordt gedistribueerd met SuSE Linux 9.2 (CUPS 1.1.21) heeft een probleem met het afdrukken via het "Internet Printing Protocol" (IPP). Gebruik "socket printing" in plaats van IPP of installeer een recentere versie van CUPS (CUPS 1.1.22 of hoger).

Het apparaat drukt geen volledige pagina’s af. Slechts de helft van de pagina wordt afgedrukt.

Dit is een gekend probleem dat zich voordoet bij gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51 of een oudere versie van Ghostscript, 64-bits Linux OS. Dit probleem is aan bugs.ghostscript.com gemeld als Ghostscript Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL Ghostscript versie 8.52 of een hogere versie. Download de meest recente versie van AFPL Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/ghostscript/ en installeer deze om dit probleem op te lossen.

Ik kan niet scannen via Gimp Front-end.

Controleer of u in Gimp Front-end het venster Xsane: Device dialog aantreft in het menu Acquire. Als dit niet zo is, moet u de Xsane-plug-in voor Gimp installeren op de computer. U vindt de Xsane-plug-in voor Gimp op de cd van uw Linux-distibutie of op de homepage van Gimp. Zie de Help op de cd met uw Linux-distributie of van de Gimp Front-end-toepassing voor meer informatie.

Als u een ander soort scantoepassing wilt gebruiken, raadpleeg dan de Help van de toepassing.

De foutmelding "Cannot open port device file" verschijnt als ik een document afdruk.

Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (via LPR GUI bijvoorbeeld) terwijl er een afdruktaak wordt uitgevoerd. Diverse versies van CUPS-server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Aangezien Unified Linux Driver de poort tijdens het afdrukken vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken van de driver zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven door Release port te selecteren in Port configuration.

Het apparaat komt niet voor in de scannerlijst.

  • Controleer of uw apparaat met uw computer is verbonden, of het op de juiste manier via de USB-poort is aangesloten en ingeschakeld werd.

  • Controleer of het scannerstuurprogramma voor uw apparaat op uw computer is geïnstalleerd. Open de Unified Linux Driver-configurator, ga naar Scanners configuration en druk op Drivers. Kijk of er een stuurprogramma in de lijst staat voor uw apparaat.

  • Controleer of de MFP-poort bezet is. Aangezien de functionele onderdelen van het apparaat (printer en scanner) dezelfde I/O-interface (poort) delen, is het mogelijk dat verschillende toepassingen gelijktijdig toegang proberen te krijgen tot dezelfde poort. Om conflicten te voorkomen kan slechts één toepassing een taak uitvoeren op het apparaat. De andere toepassing waarmee een gebruiker wil afdrukken of scannen krijgt dan de melding "device busy" (apparaat bezet). Dit gebeurt doorgaans bij het starten van een scanprocedure. Er verschijnt een overeenkomstig dialoogvenster.

    Om de oorsprong van het probleem te achterhalen, moet u de Ports configuration openen en de aan uw scanner toegewezen poort selecteren. Poortindicatie /dev/mfp0 stemt overeen met de bestemming LP:0 die wordt weergegeven in de scanneropties, /dev/mfp1 heeft betrekking op LP:1 enzovoort. USB-poorten beginnen bij dev/mfp4, dus de scanner op USB:0 komt overeen met dev/mfp4 enzovoort. In het deelvenster Selected port kunt u zien of de poort door een andere toepassing wordt gebruikt. Als dit het geval is, wacht u tot de uit te voeren taak is voltooid of drukt u op de knop Release port als u zeker weet dat de huidige poort niet naar behoren werkt.

Het apparaat scant niet.

  • Zorg ervoor dat het document in het apparaat is geladen en dat uw apparaat met de computer is verbonden.

  • Of er een I/O-fout is optreedt bij het scannen.

[Note]

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linux-foutberichten.

Veelvoorkomende problemen onder Macintosh

probleem

Voorgestelde oplossingen

Het apparaat drukt PDF-bestanden niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken.

Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Print As Image uit de afdrukopties van Acrobat in.

[Note]

Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag.

Het document is afgedrukt, maar de afdruktaak is niet verdwenen uit de wachtrij in Mac OS X 10.3.2.

Werk uw Mac OS-versie bij tot Mac OS X 10.3.3 of hoger.

Bepaalde letters worden niet normaal weergegeven tijdens het afdrukken van het voorblad.

Mac OS kan het lettertype niet maken bij het afdrukken van het voorblad. Letters en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad.

Wanneer u onder Mac OS een document afdrukt met Acrobat Reader 6.0 of een hogere versie, worden de kleuren niet juist afgedrukt.

Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-instelling in Acrobat Reader.

[Note]

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over Macintosh-foutmeldingen.